Voorbereiden op “de Ronde” toerversie deel 2

  • Home
  • /
  • Voorbereiden op “de Ronde” toerversie deel 2

Voorbereiden op “de Ronde” toerversie deel 2

16 Feb, 2016 / 0

Nog minder dan drie maanden te gaan.

Delen van Nederland zijn bedekt met ijzel en een flinterdun laagje sneeuw. Na de strandrace Hoek van Holland – Den Helder van 134 km staat aankomend weekend een nieuwe strandrace op het programma. Deze keer in Egmond aan Zee met  ‘ slechts’  36 km zand, water en zout voor de kiezen.  Zou de winter dan toch in aantocht zijn en wordt de opwarming van de aarde vooralsnog enkel  wetenschappelijk geduid?

Wat mij betreft mag de sneeuw gaan vallen. Laat maar vriezen ook. Een bevroren strand fietst altijd sneller dan die zuigende, met slakkenhuisjes bedekte,  door eb- en vloed geplette en in kuilen verstopte  zandkristallen die het uiterste van de fietser vragen.

Welke ondergrond dan ook, of het nu het strand in Egmond is of de modder van de Amerongse Berg, het bezorgt mij een ideale interval training als voorbereiding voor de Ronde van Vlaanderen.

Op de weg trainen gebeurd ook, al is de racefiets nog met zijn winterslaap bezig. Met de strandbanden van de strandfiets iets harder opgepompt is de weg al verkend. Zelfs al  één keer boven de 100 km. De verzuring sloeg echter zo rond de 80 km flink toe. Ik moest even kort denken aan de 239 km van de Ronde van Vlaanderen.

Naast de weg is er ook druk verkeer op zolder. De Tacx is vooral voor de duurtraining. Met de top 2000 op de achtergrond, werd de zoldervloer besprenkeld met zweet. Van andere RTC leden hoorde ik van fietsen op de Tacx met real time video beelden van de Alpe d’huez.

Mijn zicht gaat echter niet verder dan de secondewijzer van een grote klok die na drie minuten met weerstand fietsen mij eindelijk ruimte geeft tot een wat minder zwaar verzet. De klok tikt helaas door en de volgende drie minuten kondigen zich aan.

Het zal wel ergens goed voor zijn.

De Ronde van Vlaanderen start sinds 1998 in Brugge. Na een relatief vlak begin gaat het parcours via Oostende en Torhout richting Kortrijk, waarna het zich door het Vlaamse heuvelland slingert tot aan de finish, van 1973 tot 2011 in Meerbeke, sinds 2012 in Oudenaarde. Het precieze parcours verandert elk jaar een klein beetje. Steeds moeten de renners zo’n 20 kilometer aan kasseistroken en tussen de vijftien en twintig heuvels overbruggen. Geen enkele is erg hoog, maar ze zijn vaak wel erg steil en hebben veelal kasseien als ondergrond. Doordat alle moeilijke passages in de tweede helft van de koers liggen is er in de finale geen enkel rustig moment.

Dat rustige moment is er nu gelukkig nog wel. De komende weken zal de Tacx mijn vriend moeten worden, terwijl ook de Utrechtse Heuvelrug met al de nieuwe ATB routes regelmatig verkend zullen worden. Ook zal het woon/werk verkeer met elke dag 44 km toch ook iets moeten genereren.

Voor nu eerst de focus op de strandrace in Egmond aan Zee.

Wordt vervolgd.

Wil van ‘t Erve

New Form